Kêst 259: Immuniteiten Staatsregeling van 1798Acte van Staatsregeling.Titul VIII. Van de Regterlijke Magt.Eerste Afdeeling. Algemeene Bepaalingen. 258 Kêst 259 260 Geen lid word afgezet, dan om misdrijf, in zijnen Post begaan, noch ook geschorst, noch gevonnisd, dan na een voorafgegaan Decreet van beschuldiging.